Hof van Cassatie spreekt zich uit over de notie “drukpersmisdrijf” (arrest van 11 februari 2026)
Op 3 mei 2022 is de persoon H.B. doorverwezen door de Raadkamer naar de Correctionele Rechtbank Namen, afdeling Namen, wegens het berokkenen van schade ten nadele van J.A. via elektronische communicatiemiddelen.
De Correctionele Rechtbank Namen, afdeling Namen, oordeelde in een vonnis van onbekende datum dat de beklaagde (dus H.B.) op het moment van de feiten getroffen was door een psychische stoornis die het oordelingsvermogen aantast. De Rechtbank te Namen beval daarom de internering van de beklaagde (dus van H.B.).
In een arrest van 21-2-2024 oordeelde het Hof van Beroep van Luik dat het Hof niet bevoegd was kennis te nemen van de feiten omdat artikel 150 van de Grondwet drukpersmisdrijven toebedeelt aan de jury. Het Hof van Cassatie heeft het Hof van Beroep van Luik op de vingers getikt wegens een verkeerde toepassing van artikel 150 van de Grondwet. Het Hof stelt namelijk vast dat de beklaagde door de Raadkamer was doorverwezen wegens feiten van stalking door middel van het gebruik van sociale media. De inhoud zelf van de berichten was niet de reden van doorverwijzing.
Aangezien stalking geen drukpersmisdrijf uitmaakt gaat het dus niet om een zaak die enkel aan de jury mag worden voorgelegd. Het Hof van Cassatie besluit daarom dat het Hof van Beroep van Luik wél bevoegd was om kennis te nemen van de feiten en stuurt de zaak terug naar het Hof te Luik, weliswaar anders samengesteld. De rolnummer van de zaak is P.25.1346.F.