Hof van Cassatie interpreteert artikel 26 van de Wet op het Politieambt
Op 25 november 2025 heeft het Hof van Cassatie een belangrijk arrest geveld over de interpretatie van artikel 26 van de Wet op het Politieambt. Dit artikel bepaalt: “De politieambtenaren kunnen steeds de voor het publiek toegankelijke plaatsen alsook de verlaten onroerende goederen betreden teneinde toe te zien op de handhaving van de openbare orde en de naleving van de Politiewetten en -verordeningen.”
Het Hof van Cassatie kreeg twee arresten van het Hof van Beroep te Antwerpen voorgelegd: een tussenarrest van 9 januari 2025 en een eindarrest van 24 april 2025. Volgens het Hof van Cassatie staat artikel 26 politieambtenaren toe om een publiek toegankelijke plaats te betreden om zintuiglijke waarnemingen te doen, zowel van de plaats zelf als van personen of zaken die zich daar bevinden. Daarnaast benadrukte het Hof dat politieambtenaren in die context ook vragen mogen stellen aan aanwezige personen. Wat echter niet is toegestaan, zijn het nemen van dwangmaatregelen door deze politieambtenaren.
In de zaak ging het om de betreding van een kledingwinkel. Het Hof verduidelijkte dat, zolang er geen dwangmaatregelen werden genomen, deze betreding geen inbreuk vormt op het eigendomsrecht van de winkeluitbater. De verdediging voerde aan dat de aanwezigheid van zeven politiemensen impliceerde dat de toestemming van de winkeluitbater om boekhoudkundige stukken te overhandigen onder druk was verkregen. Het Hof van Cassatie volgde echter het oordeel van het Hof van Beroep te Antwerpen dat uit de loutere aanwezigheid van zeven politiemensen niet kan worden afgeleid dat de boekhoudkundige stukken niet vrijwillig, maar onder dwang werden afgegeven.
De arresten van het Hof van Beroep te Antwerpen blijven dus overeind.