Arrest AB Storstockholms Lokaltrafik van 18 december 2025 van het Hof van Justitie over de bescherming van het privé-leven (bodycams)
Op 18-12-2025 velde het Hof van Justitie van de Europese Unie een interessant arrest op het vlak van de bescherming van het privéleven.
De betwisting die aan het geschil ten grondslag lag hield verband met een Zweedse openbare vervoersmaatschappij die de inspecteurs voorzag van zogenaamde body camera’s om passagiers te filmen bij het controleren van de vervoersbewijzen. De Zweedse autoriteit voor de bescherming van de privacy legde een boete aan de onderneming uit Stockholm op wegens een inbreuk op verschillende bepalingen van de GDPR (verordening (EU) 2016/679). Met name was de Zweedse autoriteit van mening dat het gebruik van de body camera’s ertoe leidde dat persoonsgegevens rechtstreeks verzameld konden worden van de gefilmde personen en dat deze personen hierover onvoldoende informatie hadden gekregen. De Zweedse autoriteit verwees daarvoor naar art. 13 van de GDPR. Dit artikel vereist o.a. dat aan de gefilmde personen de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming dienen bezorgd te worden. Ook dient de periode te worden meegedeeld gedurende welke de persoonsgegevens zullen worden opgeslagen.
Het Hof van Justitie is van mening dat de informatieplicht ook geldt wanneer het gaat om het filmen van personen met body camera’s. De vervoersmaatschappij uit Stockholm was dan ook wel degelijk verplicht om art. 13 van de GDPR na te leven. Het Hof legt uit dat In het geval van het direct verzamelen van gegevens bij de betrokkene, kan de verplichting om informatie te verstrekken worden uitgevoerd in het kader van een gelaagde benadering. De belangrijkste informatie kan op een waarschuwingsbord worden vermeld. De overige verplichte informatie kan aan de betrokkene worden verstrekt op een passende en volledige manier, op een gemakkelijk toegankelijke plaats.