Hof van Cassatie spreekt zich uit over de toelaatbaarheid van een hoger beroep van slechts één mede-eigenaar

Op 16-10-2025 heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken in een zaak die aan het Hof was voorgelegd door een eigenaar van een appartement dat deel uitmaakt van een Oostendse vereniging van mede-eigenaars. De mede-eigenaar in kwestie, samen met een andere mede-eigenaar (de genaamde P.D.G.), hadden de vereniging van mede-eigenaars op 8-4-2021 gedagvaard in de hoop dat een algemene vergadering van 17-2-2021, inclusief de daarbij genomen beslissingen, zou worden vernietigd. Zij wensten dat de vrederechter tot vernietiging zou overgaan omdat de vergadering in hun ogen onregelmatig, onrechtmatig en bedrieglijk was. De vrederechter van Oostende verklaarde de vordering van de twee mede-eigenaars niet-ontvankelijk in zoverre deze vordering gericht was tegen de syndicus. Daar waar de vordering gericht was tegen de vereniging van mede-eigenaars zelf werd ze wel ontvankelijk verklaard maar evenwel ongegrond. Tegen het vonnis van de vrederechter stelde maar één van de twee mede-eigenaars hoger beroep in. Meer bepaald de genaamde P.D.G. heeft geen hoger beroep ingesteld, noch werd deze mede-eigenaar in de procedure in hoger beroep betrokken door de mede-eigenaar die wél hoger beroep had ingesteld. In het arrest van 16-10-2025 oordeelde het Hof van Cassatie dat het hoger beroep van de mede-eigenaar tegen het vonnis van de vrederechter van Oostende zonder mede-eigenaar P.D.G. daarbij te betrekken niet kan worden toegelaten. Volgens het Hof van Cassatie was het dan ook terecht dat de rechtbank die zich over het vonnis van de vrederechter van Oostende diende te buigen geweigerd had kennis te nemen van de zaak.

Het arrest van het Hof van Cassatie geldt als een belangrijke waarschuwing voor mede-eigenaars die samen een beslissing van een algemene vergadering vernietigd willen zien door de vrederechter. Als de vrederechter de vordering afwijst dienen al de mede-eigenaars die de zaak aan de vrederechter hadden voorgelegd, betrokken te worden bij het hoger beroep. Gebeurt dat niet dan is het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Vorige
Vorige

Hof van Cassatie (arrest 4 maart 2024): beslissingen van een algemene vergadering van een VME kunnen enkel vernietigd worden als de belangen van een individuele mede-eigenaar geschonden zijn.

Volgende
Volgende

Over de bemalingscascade