Zaak Easy Built: Hof van Cassatie velt arrest over het misdrijf van “oplichting” (artikel 496 van het Strafwetboek) (arrest van 28 juni 2022)

Op 28 juni 2022 velde het Hof van Cassatie, in een zaak met zeer veel partijen, een arrest over het misdrijf “oplichting”. Het arrest onderzoekt een arrest van het Hof van Beroep van Gent van 31 januari 2022. Voor het Hof van Cassatie voerde één van de eisers aan dat het Hof van Beroep van Gent niet op het argument had geantwoord dat er tot een vrijspraak moest worden overgegaan omdat de constitutieve bestanddelen van het misdrijf “oplichting” niet alle aanwezig waren. De verdediging was namelijk van mening dat in het arrest van het Hof van Beroep van Gent nergens kon teruggevonden worden welke listige kunstgrepen gehanteerd werden, of welke valse hoedanigheid gebruikt was, om klanten of leveranciers van Easy Built BV te misleiden.
Eerst legt het Hof van Cassatie uit wat oplichting juist is: “Oplichting bestaat in het zich doen afgeven van [bijvoorbeeld geld] hetzij door gebruik te maken van valse namen of valse hoedanigheden hetzij door het aanwenden van listige kunstgrepen en dit met het oogmerk om zich een aan een ander toebehorende zaak toe te eigenen.” Daarna gaat het Hof in op wat moet verstaan worden onder “listige kunstgrepen”. Deze zijn: “misleidende middelen die bestaan in of gepaard gaan met uitwendige handelingen en die determinerend zijn voor de afgifte of de levering van de zaak en die aldus in de regel die afgifte of levering voorafgaan.”
In de zaak Easy Built was het zo dat het Hof van Beroep van Gent ook enkele mededaders veroordeelde. Over deze mededaders zegt het Hof van Cassatie: “Een mededader van het misdrijf oplichting moet niet zelf de constitutieve bestanddelen van het misdrijf in zijn persoon verenigen. Het volstaat dat hij […] een vorm van medewerking aan het misdrijf verleent, kennis heeft van alle omstandigheden die van de feiten een bepaalde oplichting maken en het opzet heeft om zijn medewerking aan die oplichting te verlenen.”
Het Gentse Hof van Beroep oordeelde tot mededaderschap omwille van de “administratieve, boekhoudkundige en financiële tussenkomsten ten bate van Easy Built NV” waardoor de veroordeelde moest beschouwd worden als “een feitelijke medebestuurder van de vennootschap”.
Voor het Hof van Cassatie volstaat dit om het mededaderschap inzake oplichting bewezen te verklaren. Dat het Hof van Beroep van Gent niet expliciet geantwoord heeft op het verweer dat de feitelijke medebestuurder in kwestie niet zelf, in eigen persoon, feiten van oplichting zou gepleegd hebben, is volgens het Hof van Cassatie geen probleem. Deze verdediging is namelijk “doelloos” (zie het arrest Easy Built van het Hof van Cassatie, 28 juni 2022, randnummer 11, rolnummer P.22.0272.N).

Welke lessen zijn er uit dit arrest van het Hof van Cassatie te trekken?

1. Wanneer men deelt in de vruchten van oplichting door een derde, kan men zelf als mededader aanzien worden.
2. Dat men dan zelf geen daden van oplichting zou gesteld hebben, is irrelevant.

Heeft u vragen bij dit artikel, mail ons kantoor: secretariaat@fidelitas.be.