Arrest Hof van Beroep Antwerpen inzake Voorpost (“stop islamisering”)

Vandaag, op 9 februari 2022, heeft de kamer C2 van het Hof van Beroep Antwerpen, zetelend in correctionele zaken, een uitspraak gedaan in de zaak bekend als “Voorpost”. De zaak heeft betrekking op feiten van 30 mei 2020. Zoals ik al eerder schreef op deze website heeft de groepering “Voorpost” op die datum, op de markt in Mechelen, een spandoek laten zien met gesluierde dames. Daarbij stond de tekst: “stop islamisering”. De eerste rechter, namelijk de kamer MC4, had de leden van Voorpost tot strenge straffen veroordeeld. Drie van de vier beklaagden werden tot een celstraf met uitstel veroordeeld.
Voor het Hof van Beroep verliepen de zaken wel even anders. Zelfs het openbaar ministerie riep de onbevoegdheid van het Hof (en dus ook eerder van de Mechelse correctionele rechtbank) in. Het Hof van Beroep heeft deze stelling gevolgd en wel in de volgende bewoordingen: “Uit de elementen van het strafdossier, waaronder bijlage 01 aan het proces-verbaal met nr. ME.56.L8.013653/2020, en de door de verdediging onder stuk 8 bijgebrachte stukken blijkt inderdaad dat het aan beklaagden ten laste gelegde feit een drukpersmisdrijf uitmaakt. Het door beklaagden op 30 mei 2020 gehanteerde spandoek en de borden, zoals weergegeven op de foto’s onder bijlage 01 van voormeld proces-verbaal, betreffen in de gegeven specifieke context gedrukte geschriften met een meningsuiting die door een drukpers of een gelijkaardig proced├ę zijn vermenigvuldigd. Artikel 150 van de Grondwet stipuleert: ‘De jury wordt ingesteld voor alle criminele zaken, alsmede voor politieke misdrijven en drukpersmisdrijven, behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn.’ De elementen van het strafdossier laten naar het oordeel van het hof evenwel niet toe om te stellen dat in casu, gelet op de voorliggende feitelijkheden, de door beklaagden gestelde handelingen ingegeven waren door racisme en xenofobie. Het hof verklaart zich zodoende onbevoegd.”

Mijn eerste reactie: deze uitspraak is volkomen terecht. Dat ook het Openbaar Ministerie deze uitkomst wenste, zegt erg veel. De Mechelse Procureur des Konings die deze zaak voor de rechtbank gebracht heeft, is spreekwoordelijk teruggefloten door de Antwerpse collega bij het Hof van Beroep (de Advocaat-Generaal). De Belgische Staat is veroordeeld tot de kosten van de procedure: een procedure die zinloos was en tot nodeloos tijdverlies heeft geleid. Bovendien: het spandoek dat mogelijks kwetsend overkomt, heeft nu vele malen meer aandacht gekregen dan het geval was geweest met een minder overmoedige Mechelse Procureur. Dit is het zogenaamde Barbra-Streisand effect.