Leden en deskundigen van het Wetenschappelijk Comité bij het FAVV krijgen meer geld vanaf 2021

Vandaag, 23 december 2020, werd een Ministerieel Besluit, ondertekend door de huidige federale Minister bevoegd voor landbouw (David Clarinval), gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad dat betrekking heeft op de vergoedingen en het “presentiegeld” voor de leden en deskundigen van het Wetenschappelijk Comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (“FAVV”). Het Ministerieel Besluit van 2 december 2020 heeft ook betrekking op de deskundigen van het Raadgevend Comité van het FAVV. Met het besluit van 2 december 2020 worden wijzigingen aangebracht aan artikel 1 van het oorspronkelijke Ministerieel Besluit van 2 maart 2001 tot vaststelling van de vergoedingen en het presentiegeld waarop de leden en deskundigen van het Wetenschappelijk Comité en de deskundigen van het Raadgevend Comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen recht hebben.

Artikel 1 van genoemde Ministerieel Besluit van 2001 stelde oorspronkelijk: “De leden en de deskundigen niet-leden van het Wetenschappelijk Comité en de deskundigen van het Raadgevend Comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen hebben als volgt recht op vergoedingen en presentiegeld : 1° een vergoeding voor reiskosten berekend volgens het tarief en onder de voorwaarden voor de ambtenaren van de rangen 17, 16 en 15 van de ministeriële departementen vastgesteld door de besluiten tot regeling voor deze materies. De reis- en verblijfkosten voor de buitenlandse leden en buitenlandse deskundigen niet-leden van het Wetenschappelijk Comité worden echter terugbetaald op voorlegging van de bewezen kosten.”

Dat eerste artikel werd in 2011, bij Ministerieel Besluit, gewijzigd als volgt: “De leden en de deskundigen niet-leden van het Wetenschappelijk Comité en de deskundigen van het Raadgevend Comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen hebben als volgt recht op vergoedingen en presentiegeld : 1° Een vergoeding voor reiskosten berekend volgens het tarief en onder de voorwaarden voor de ambtenaren van de klasse A3 van de ministeriële departementen vastgesteld door de besluiten tot regeling voor deze materies. De reis- en verblijfskosten voor de buitenlandse leden en buitenlandse deskundigen niet-leden van het Wetenschappelijk Comité worden echter terugbetaald op voorlegging van de bewezen kosten.”

Bij Ministerieel Besluit van 2 december 2020, zoals gezegd vandaag (23 december 2020) in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, wordt dit eerste artikel alweer gewijzigd. Artikel 1 luidt nu: “De leden en de deskundigen niet-leden van het Wetenschappelijk Comité en de deskundigen van het Raadgevend Comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen hebben als volgt recht op vergoedingen en presentiegeld : 1° Een vergoeding voor reiskosten gemaakt via het gemeenschappelijk openbaar vervoer op basis van de kostprijs van een eerste klasse treinticket en of via de wagen (volgens de kilometervergoeding gehanteerd bij de federale overheidsdiensten zoals bepaald door artikel 74 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en de vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt). De reis- en verblijfskosten voor de buitenlandse leden en buitenlandse deskundigen niet-leden van het Wetenschappelijk Comité worden echter terugbetaald op voorlegging van de bewezen kosten.”

Door het Ministerieel Besluit van 2 december 2020 worden de vergoedingen voor onder andere de voorzitter van het Wetenschappelijk comité, op heden de heer Etienne Thiry van de Université de Liège, verhoogd. Vanaf 2021 ontvangt de voorzitter van het Wetenschappelijk Comité een presentiegeld van 138 EUR per vergadering van het Wetenschappelijk Comité. De leden en de deskundigen niet-leden ontvangen 110 EUR per vergadering. Aan de verslaggever, die door het Wetenschappelijk Comité wordt aangesteld, wordt een éénmalige vergoeding voor studiekosten van het dossier toegekend van 195 EUR. Het is onduidelijk of daar ook nog andere vergoedingen (aan uurtarief) bij komen gelet op de actuele versie van artikel 1, 4° van het Ministerieel Besluit dat zal gaan luiden: “Voor de leden en de deskundigen niet-leden van het Wetenschappelijk Comité en voor de deskundigen van het Raadgevend Comité, die worden aangesteld om een dossier te onderzoeken en er een verslag van op te stellen, een vergoeding voor de studie van het dossier van 65 EUR per ondeelbaar uur. De vereiste tijdsbesteding per dossier wordt voorafgaand in wederzijds overleg overeengekomen met de directeur van de Stafdirectie voor risicobeoordeling. Aan de verslaggever, aangesteld door het Wetenschappelijk Comité, wordt forfaitair een éénmalige vergoeding voor studiekosten van het dossier toegekend à rato van 195 EUR. Deze beide vergoedingen zijn niet cumuleerbaar.”

Nu er expliciet sprake is van “niet-cumuleerbaarheid” lijkt het erop dat de maximale vergoeding voor de verslaggever 195 EUR bedraagt. De tekst is evenwel intern tegenstrijdig zodat dit zou moeten nagekeken worden.