Medische aankopen coronacrisis: Luxemburgse Openbaarheidsinstantie adviseert positief over openbaarmaking

Een tijdje geleden lanceerde Hendrik Vuye, bekend jurist en twitteraar, een interessante vraag: zijn de “corona-contracten ” met de Europese Commissie respectievelijk de Belgische federale overheid, openbaar? In het bijzonder wilde Professor Vuye weten of er zogenaamde exoneratieclausules zijn afgedwongen door de producenten van vaccins (te denken is bijvoorbeeld aan Pfizer). In de Britse pers is namelijk verschenen dat er zogenaamde “liability waivers” zouden opgenomen zijn (en ook toegekend door de Britse overheid). In de Belgische pers – “The Brussels Time” – verscheen er in augustus 2020 nog een artikel met de veelzeggende titel: “Coronavirus: Belgian experts ‘shocked’ as AstraZeneca seeks liability waiver for vaccine”.
Welnu, het lijkt erop dat er best wel wat onduidelijkheid heerst over zogenaamde exoneratiebedingen. Vanuit mijn ervaring met aanvragen in openbaarheid van bestuur, nodig ik de lezer dan ook uit om eens een kijkje over het muurtje te nemen. Helemaal tot in het verre … Groothertogdom Luxemburg. Dit land kent namelijk een (relatief jonge) “Commission d’accès aux documents”. En het is deze Commission die op 2 juni 2020 een advies overmaakte aan het Luxemburgse “Haut Commissariat à la protection nationale”. Waarover ging het? Een Luxemburgse burger had zich tot het Hoge Commissariaat gericht – dit Commissariaat staat onder andere in voor het bestrijden van vitale dreigingen (waaronder terrorisme, maar dus ook de coronacrisis) – met de vraag om kopieën van bepaalde contracten aan hem over te maken. Meer bepaald wilde hij kopie ontvangen van volgende contracten: “[les] contrats d’achat de matériel (tests diagnostiques, masques chirurgicaux, matériel médical divers) acquis dans le cadre de la gestion de la crise du coronavirus”.
Het Luxemburgse Haut Commissariat wilde, alvorens over te gaan tot het eenvoudigweg bezorgen van de kopieën, weten van de Luxemburgse Commission d’Accès aux Documents (“CAD”) of door de overmaking geen confidentiële commerciële of industriële informatie zou worden prijsgegeven. Mocht dat het geval zijn dan geldt in Luxemburg namelijk dat er niet tot openbaarmaking dient te worden overgegaan. Voor ons land geldt een vergelijkbare uitzonderingsgrond. Zo stelt artikel 6, § 1, 7° van de Federale Openbaarheidswet van 1994: “Een federale of niet-federale administratieve overheid wijst de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument af, wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen : 7° het uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld;”
Welnu, de Luxemburgse CAD meende dat de contracten geen dergelijke commerciële en/of industriële informatie bevatten en adviseerde het Hoge Commissariaat om in te gaan op de openbaarheidsvraag en dus de gevraagde contracten over te maken.

Om een lang verhaal kort te maken: het lijkt geen oninteressante piste om kopie op te vragen van de contracten met de diverse farmaceutische producenten op basis van de Federale Openbaarheidswet van 1994. Indien de federale overheid (bijvoorbeeld de FOD Volksgezondheid) de uitzonderingsgrond voorzien in artikel 6, § 1, 7° van de Federale Openbaarheidswet zou inroepen om niet in te gaan op de gestelde vraag in openbaarheid van bestuur, dan kan naar “Avis n° 2/2020” van de Luxemburgse CAD worden verwezen.