Hoeveel zal de nieuwe CEO van de VRT verdienen?

1. We schrijven 16 september 2013, een misnoegde kijker, de heer ND, vraagt bij de VRT inzage in de salarissen van iedereen die wordt vermeld in het organogram, dit op basis van het Vlaamse openbaarheidsdecreet d.d. 26 maart 2004. De VRT weigert prompt de inzage omwille van de privacy van haar medewerkers. Bovendien zou, aldus de VRT, de openbaarmaking van deze gegevens niet opwegen tegen haar economisch, financieel of commercieel belang. Tot slot verwijst de VRT nog naar het ontbreken van een wettelijk kader omtrent de bekendmaking van lonen van topmanagers bij Vlaamse openbare instellingen.
2. De heer D neemt echter geen genoegen met het standpunt van de VRT en tekent beroep aan tegen deze beslissing bij de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie – afdeling openbaarheid van bestuur.
Kort daarna treedt de beroepsinstantie de beslissing van de VRT bij en verwerpt het beroep tegen de weigering van de VRT tot openbaarmaking van de salarissen van de personen vermeld in het organogram op grond van zowel de uitzonderingsgrond van artikel 13, 2° van het openbaarheidsdecreet, als op de uitzonderingsgrond van artikel 14, 1° van datzelfde decreet.
Vervolgens trekt de heer D naar de Raad van State – afdeling Bestuursrechtspraak alwaar men de beslissing van het beroepsorgaan onder de loep neemt.
3. In eerste instantie sluit de Raad van State zich aan bij de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof in die zin dat uit artikel 32 van de Grondwet dient te worden afgeleid dat de openbaarheid van bestuursdocumenten een grondrecht is waarvan enkel kan worden afgeweken onder de voorwaarden vastgesteld door de wet, decreten of ordonnanties. De Raad van State bevestigt dat elk beroep op een uitzonderingsbepaling in concreto moet worden beoordeeld en gemotiveerd, en dat in sommige gevallen een belangenafweging noodzakelijk is. Geen enkele uitzonderingsgrond kan worden aangegrepen om systematisch de openbaarheid van bestuur te weigeren.
Uiteraard dienen, aldus de Raad van State, de bedoelde beoordelingen te blijken uit de motivering in de beslissing zelf of minstens uit de stukken van het administratief dossier die onmiskenbaar aan de beroepsinstantie toe te schrijven zijn.
4. Vervolgens buigt de Raad van State zich over artikel 13, 2° van het openbaarheidsdecreet. De uitzonderingsgronden vervat in artikel 13 zijn absolute uitzonderingsgronden, er dient met andere woorden geen belangenafweging te worden gemaakt.
Uit de parlementaire voorbereiding leidt de Raad van State echter af dat bescherming van de persoonlijke levenssfeer ook een relatief aspect heeft, alhoewel het een absolute uitzonderingsgrond betreft.
Het volstaat niet deze uitzonderingsgrond op abstracte wijze in te roepen om de openbaarmaking te weigeren. Er dient concreet te worden nagegaan of de openbaarmaking op het ogenblik dat ze wordt gevraagd daadwerkelijk afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Een belangenafweging tussen het belang van de openbaarheid en het belang van de privacy is evenwel niet aan de orde. Het volstaat dat in concreto wordt geoordeeld of er al dan niet een inbreuk op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt gepleegd.
Een loutere vaststelling dat de openbaarmaking van salarisgegevens betrekking heeft op de persoonlijke levenssfeer betekent niet dat deze hierdoor automatisch wordt aangetast. De beroepsinstantie blijft hier in gebreke door niet in concreto te onderzoeken en vervolgens te motiveren in welke mate de toegang tot salarisgegevens in casu afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de topmanagers bij de VRT.
De Raad van State komt tot de conclusie dat uit de motivering van de beroepsinstantie om de gevraagde openbaarmaking van deze salarisgegevens te weigeren niet kan worden afgeleid of zij zich terecht op deze uitzonderingsgrond heeft beroepen.
5. Tot slot schijnt de Raad van State zijn licht op artikel 14, 1° van het openbaarheidsdecreet, met name de uitzonderingsgrond inzake een economisch, financieel of commercieel belang van een instantie. De uitzonderingsgronden vervat in artikel 14 zijn relatief van aard, doch evenwel niet facultatief. Dit komt er op neer dat indien na het proces van de belangenafweging geoordeeld wordt dat het te beschermen belang belangrijker wordt geacht dan het belang van de openbaarheid, deze uitzondering moet worden toegepast.
De Raad van State stelt vast dat de beroepsinstantie in haar motivering enkel op algemene wijze deze decretale uitzonderingsgrond herhaalt, evenals de memorie van toelichting erbij. Vervolgens blijkt dat de beroepsinstantie heeft onderzocht of er in dit geval sprake is van een financieel, economisch of commercieel belang in hoofde van de VRT en of de openbaarmaking van de salarisgegevens schade zou toebrengen aan dit beschermde belang.
De beroepsinstantie argumenteert in dit opzicht dat de VRT actief is in een bijzonder concurrerende sector waarin de commerciële en financiële belangen groot zijn. De openbaarmaking van de salarissen van topmanagers zou schade kunnen toebrengen aan het commercieel en financieel belang van de VRT aangezien dit een voordeel zou kunnen verschaffen aan concurrerende privéorganisaties.
De Raad van State volgt hierin de redenering van het Hof van Justitie (zie het arrest van het Hof van Justitie van 20 mei 2003 inzake Österreichischer Rundfunk) in die zin dat in een democratische samenleving en de publieke opinie het recht hebben om geïnformeerd te worden over het gebruik van overheidsinkomsten, met name op het gebied van personeelskosten. Deze gegevens dragen volgens het Hof van Justitie bij tot het openbare debat over een vraagstuk van algemeen belang en dienen dus het openbaar belang: de gevraagde openbaarmaking van de salarisgegevens staat hier in functie van het openbaar belang.
Noch in de motivering, noch in het administratief dossier is volgens de Raad van State terug te vinden op de beroepsinstantie een concrete inschatting van de mogelijk tegenstrijdige belangen heeft gemaakt of omtrent de vraag of de concurrenten van de VRT mogelijk zelf ook onderworpen zijn aan een zekere openbaarheid in het kader van de corporate governance en het deugdelijk bestuur.
De beroepsinstantie vermeldt in haar motivering niets over het belang dat met de openbaarheid van bestuur is verbonden en zij blijft ook manifest in gebreke om een afweging te maken tussen de verschillende tegenstrijdige belangen.
6. De Raad van State vernietigt dan ook de beslissing van de beroepsinstantie waarbij het beroep tegen de weigering van de VRT tot bekendmaking van de salarisgegevens van haar topmanagers ontvankelijk, doch ongegrond werd verklaard.
In casu steunen beide ingeroepen uitzonderingsgronden niet op deugdelijke vaststellingen en motieven. Dit arrest sluit echter niet uit dat op basis van een pertinentere motivering de openbaarheid alsnog geweigerd kan worden.
Pittig detail: de heer D werkt nu zelf voor de VRT!
In navolging van dit arrest ging de VRT, zij het gedeeltelijk, overstag en deelde de VRT het salaris van haar (toenmalige) CEO mee. Ook maakte de VRT het gezamenlijke salaris van de overige directieleden bekend (dit werd wel niet gespecificeerd per individueel directielid).

Wie het arrest zelf wilt lezen, kan dat hier.